|
De natuur op de landtong Neringa
|
Voor meer dan 5000 jaar, vormden de golven en de wind het eigenaardige en fascinerende landschap
van de Kurische Landtong (Kuršių Neringa). In de loop van de eeuwen, ontstond een kale zandstrook,
die geleidelijk aan de smalle landtong en het land scheidde met een klein meer. Het zand dwaalde aan
het oosten af en sloeg zich weg in de lagune. Het Nationaal Park “Kuršių Nerija” bevat een
uitzonderlijk mooi natuurgebied en is opgericht in 1991 om de natuur in het gebied te beschermen.
Het klimaat van Kuršių Neringa wordt sterk beïnvloed door de Baltische Zee.
Het gebied is het meest zonnige gebied van Litouwen, met gemiddeld 39 procent kans op zon.
Over een jaar gemeten heeft Kuršių Neringa gemiddeld 5,4 uur zon per dag. Het is tevens
een vochtig gebied met gemiddeld 66 dagen per jaar met mist. Ieder jaar kent Neringa 170 tot 180
dagen met neerslag: regen of sneeuw. De watertemperaturen zijn gemiddeld 3 graden hoger dan de
andere gebieden in Litouwen.
De Kurische Landtong is 97 km lang en is ongeveer 180 km2 groot. Het breedste deel
is bij de Bulvikis Hoorn (3,8 km.) en het smalste deel is een klein beetje ten het noorden van
Šarkuva (400 m.). Het hoogste duin van de langtong is momenteel Vecekrugas (67,2 m).
|
 |
Voor meer dan 5000 jaar, vormden de golven en de wind het eigenaardige en fascinerende landschap
van de Kurische Landtong (Kuršių Neringa). In de loop van de eeuwen, ontstond een kale zandstrook,
die geleidelijk aan de smalle landtong en het land scheidde met een klein meer. Het zand dwaalde aan
het oosten af en sloeg zich weg in de lagune. Het Nationaal Park “Kuršių Nerija” bevat een
uitzonderlijk mooi natuurgebied en is opgericht in 1991 om de natuur in het gebied te beschermen.
Het klimaat van Kuršių Neringa wordt sterk beïnvloed door de Baltische Zee.
Het gebied is het meest zonnige gebied van Litouwen, met gemiddeld 39 procent kans op zon.
Over een jaar gemeten heeft Kuršių Neringa gemiddeld 5,4 uur zon per dag.
| |
Het is tevens een vochtig gebied met gemiddeld 66 dagen per jaar met mist. Ieder jaar kent Neringa
170 tot 180 dagen met neerslag: regen of sneeuw. De watertemperaturen zijn gemiddeld 3 graden hoger
dan de andere gebieden in Litouwen.
De Kurische Landtong is 97 km lang en is ongeveer 180 km2 groot. Het breedste deel
is bij de Bulvikis Hoorn (3,8 km.) en het smalste deel is een klein beetje ten het noorden van
Šarkuva (400 m.). Het hoogste duin van de langtong is momenteel Vecekrugas (67,2 m).
De Kurische Lagune is onscheidbaar van de Baltische Zee. Het zuidelijkste deel van het gebied behoort
toe aan Rusland. Het strand bestaat voornamelijk uit kwartszand en slechts tussen Nida en Preila komen
sommige grintgronden voor.
|
|
70 procent van het nationale Park van Kuršių Neringa bestaat uit bos,
waarvan meer dan de helft door mensen is aangelegd. 80 procent van het bos bestaat uit naaldbomen,
waarvan ruim de helft (53%) Schotse pijnbomen (Pinus silvestris) zijn en 27 procent dwerg bergpijnbomen
(Pinus Montana) bevat. In gunstige gevallen kunnen bergpijnbomen tot 10 meter groeien, maar in deze
duinen worden ze niet groter dan 1 meter. Naast vele soorten pijnbomen, komen er ook diverse soorten
sparren en lariksen voor.
Sterke winden, stuifzand, snel opwarmende grond, zout water en droogte zijn bepalend voor de
natuur in dit gebied. Naar schatting groeien er ongeveer 900 plantensoorten in het nationale Park
van Kuršių Neringa, waarvan er 31 op de lijst met beschermde soorten staan. 2922 Ha in
het park hebben geen bosdekking. Dit zijn meestal zandgebieden, die 25% van het totale parkgebied zijn. |
 |
|
Op het Nationaal Park Kuršių Neringa zult u het gehele jaar door vogels aantreffen.
Laat in de herfst, wanneer het in het stil wordt op het schiereiland en de meren leeg worden,
kunnen meer dan 300 vogelsoorten op de landtong worden geobserveerd. In Juodkrante worden elk
jaar meer dan 10.00 vogels door wetenschappers geringd. U kunt hier dan onder andere vinken,
Pimpelmeesjes, sperwers, arenden, boomvalk, de kiekendief maar ook eenden, de fuut, de fluitzwaan
of wilde zwanen aantreffen.
|
|
Naar schatting kunnen ongeveer 40 soorten zoogdieren gevonden worden in het Nationale Park
Kuršių Neringa. De eland, het grootste dier in het gebied, is het symbool van de
Kuršių nerija. Het everzwijn kent uitstekende levensomstandigheden op Neringa.
Vooral het pijnboomstruikgewas van de berg is zeergeschikt om binnen te verbergen.
Voor zonsondergang en zo nu en dan bij daglicht, kan men reeėn zien. Dit is een zeer
schuchter dier. Andere zoogdieren die hier te vinden zijn: hazen, vossen, marterhond, hermelijn
en marters. Aan de kust kan soms de beschermde grijze zeehond gezien worden.
|
Onder de amfibieėn bevinden zich de bruine en groene kikker, de kleine watersalamander,
knoflookpad en de Heikikker. Er ligt ook een andere vertegenwoordiger van de hagedisfamilie;
de Hazelworm. Dichtbij Smiltyne werden de laatste jaren verscheidene keren ringslangen waargenomen.
Ook kent het gebied ongeveer 50 vissoorten zoals baars, voorn, brasem, snoek, spiering, schol,
tarbot, Atlantische zalm en forel. Ook zijn er diverse zeldzame insecten aanwezig, waaronder:
zandoorwormen, kleine pechlibellen, loopkevers en zandloopkevers. De bezoekers van het Nationale Park
Kuršių Neringa kunnen genieten van kleurrijke vlinders, waaronder het oranjetipje,
de heivlinder en de grote weerschijnvlinder.
|  |
|